Bij de aanschaf van ondersteunende hulpmiddelen gelden verschillende wetten en regelingen. De financiering van hulpmiddelen vindt o.a. plaats via de:
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Hiertoe behoren hulpmiddelen voor bewoners van een verpleeghuis, algemene instelling voor verstandelijk gehandicapten, psychiatrisch ziekenhuis of revalidatiecentrum. Ook bewoners van gezinsvervangende huizen krijgen bepaalde hulpmiddelen vergoed via de AWBZ.
Daarnaast wordt de tijdelijke uitleen van bepaalde hulpmiddelen vergoed door thuiszorgwinkels, gefinancierd vanuit de AWBZ (max. 26 weken). Soms is een verwijzing van de huisarts nodig. Voor complexe hulpmiddelen wordt soms een (CIZ)-indicatie gevraagd. Bij de beslissing over een aanvraag wordt rekening gehouden met de bijdrage die het middel levert aan behoud, herstel en bevordering van de arbeidsgeschiktheid en/of aan de verbetering van de leefomstandigheden van de patiënt.
Hulpmiddelen kunnen worden aangeschaft of in bruikleen worden gegeven.
Zorgverzekeringswet
In de zorgverzekeringswet worden hulpmiddelen nader gespecificeerd in de Regeling zorgverzekering: hierin wordt omschreven welke hulpmiddelen voor verstrekking in het basispakket in aanmerking komen, alsook de hieraan verbonden voorwaarden.
Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)
Deze wet regelt voorzieningen waarmee gehandicapten en ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen en deelnamen aan het maatschappelijk leven. Daartoe voorziet de WMO in woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen. Voorheen vielen deze voorzieningen onder de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG)
Wet re-integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA)
Hiertoe behoren hulpmiddelen die voor arbeidsgehandicapte werknemers noodzakelijk zijn ten behoeve van (uitsluitend) een werksituatie of bepaalde vormen van opleiding.
Financiering van hulpmiddelen kan verder plaatsvinden via de aanvullende verzekeringen en eigen betalingen of via eigen aanschaf.