WBP: een dynamisch concept waarbij de wond geëvalueerd wordt met behulp van het T.I.M.E.model.
T = Tissue
Is er sprake van vitaal of nonvitaal weefsel in de wond?
Doel: tissuemanagement om vitale wondbodem te verkrijgen door debridement, wondtoilet
Methoden: scherp (necrosectomie), enzymatisch (collagenase), autolyse (hydrogel, hydrocolloid etc),
biologisch (maden), mechanisch (spoelen, natte kompressen)
I = Infection
Is er sprake van infectie of inflammatie?
Doel: bacteriële balans, verminderen ontsteking (cytokinen, protease), groeifactoren behouden en stimuleren
Methoden: antibacteriële verbandmiddelen, antibiotica, proteaseremmers
M = Moisture
Is er vochtbalans of onbalans (te vochtig of te droog)?
Doel: de wond heeft een goede vochtbalans, uitdroging voorkomen,
maceratie voorkomen, vocht is onder controle
Methoden: toepassen van vochtregulerende verbanden/methoden
E= Edge
Hoe staat het met de wondranden, ondermijningen en de wondsluiting?
Doel: wondsluiting
Methoden: oorzaak vaststellen van non-wondsluiting, wondbalans creëren